Questions or ideas?
We would love to hear from you!
Op Prinsjesdag maakte de regering publiek dat de fiscale voordelen voor de fossiele industrie nog groter is dan eerder was aangenomen, namelijk tussen de 40 en 46 miljard Euro per jaar.
Terwijl de EU voorbereidingen treft om haar gasmarkt te herzien, wijst een nieuwe analyse erop dat de fossiele industrie het wetgevingsproces heeft overgenomen. Er is doelstelling voor ´groen gas´ voorgesteld die desastreuze gevolgen kan hebben voor het milieu en de klimaatdoelstellingen kan ondermijnen. De fossiele industrie hoopt zo een nieuw subsidiekanaal aan te snijden om hun voortbestaan veilig te stellen.
Terwijl elk EU-lidstaat zich voorbereidt om te stemmen over de herschikking van de Gas- en Waterstofmarktverordening van het blok, blijkt uit een nieuwe analyse van campagnegroep Foodrise EU dat het voorstel om de productie van biomethaan op te voeren tot 35 miljard kubieke meter (bcm) in 2030 onrealistisch is. Het huidige niveau is namelijk 3,5 miljard en het kan bovendien leiden tot risicovolle en niet-duurzame landbouwpraktijken en land -en energiegebruik.
In biovergisters worden biogas en biomethaan geproduceerd uit een grote verscheidenheid aan grondstoffen, zoals mest, gewasresten en voedselafval. Het wordt door voorstanders van de industrie vaak gepresenteerd als een ‘groen’ alternatief voor fossiel gas. Er is zeker een niche voor biomethaan, maar het gebruik van de meeste van deze grondstoffen heeft grote nadelen en onbedoelde gevolgen. Zo wordt de intensieve veehouderij juist aangemoedigd om meer mest te produceren en wordt eten gebruikt voor veevoer of brandstof in plaats van voedsel.
Uit de bevindingen van Foodrise EU blijkt dat de productiedoelstelling van 35 miljard kubieke meter biomethaan in 2030, zoals uiteengezet in het huidige wetsvoorstel, afkomstig is uit een rapport geschreven door de fossiele industrie. De doelstelling is in het ‘Gas for Climate’-rapport aanzienlijk hoger dan de doelstelling die wordt aanbevolen door het Gemeenschappelijk Onderzoekscentrum van de Europese Commissie en onafhankelijke deskundigen. Die laatsten concludeerden dat tegen 2030 slechts ongeveer 24 miljard kubieke meter biomethaan duurzaam geproduceerd zou kunnen worden. Een eerder onderzoek van het International Council of Clean Transportation (ICCT) geeft aan dat slechts 14 miljard kubieke meter biomethaan duurzaam geproduceerd kan worden in 2030.
Frank Mechielsen, directeur van Foodrise EU zei: “Dit is een schoolvoorbeeld van bedrijven lobby. Het is schokkend om te zien dat de Europese Commissie het eigen advies en de wetenschap heeft genegeerd door een onrealistisch hoog biomethaandoel te stellen. In het beste geval zal dit doel onhaalbaar zijn, in het slechtste geval zal het leiden tot een milieuramp. De lidstaten moeten dit afwijzen, anders zullen zij te maken krijgen met onbedoelde gevolgen die van invloed zullen zijn op het vermogen van de EU om de komende decennia aan haar klimaatverplichtingen en voedselzekerheid te voldoen.”
Karen Luyckx, onderzoeker en schrijver van het rapport zei: “Uit onze analyse blijkt dat de doelstelling van 35 miljard kubieke meter biomethaan in het huidige wetsvoorstel slecht doordacht is en geen rekening houdt met het beste advies van deskundigen. Het zal niets bijdragen aan het verbeteren van de energiezekerheid in de EU en zal onvermijdelijk leiden tot niet-duurzame praktijken in de landbouw- en energiesector. We erkennen dat er een nicherol is weggelegd voor de anaerobe vergisting van onvermijdelijke organische afvalstromen, maar om echt duurzaam te zijn zal de hoeveelheid geproduceerd biomethaan veel kleiner moeten zijn dan de gasindustrie verwacht.”
De analyse van Foodrise vestigt ook de aandacht op het probleem van het lekken van methaan uit de biovergisters. Uit een recente meta-analyse van 51 eerdere onderzoeken is gebleken dat de methaanemissies uit de toeleveringsketen van biogas twee keer zo groot zijn als geschat door het Internationaal Energieagentschap (IEA). Dit betekent dat momenteel de hoeveelheid methaan die vrijkomt ten opzichte van de totale biogasproductie hoger is dan bij fossiel gas. Het is daarom van cruciaal belang dat de gasverordening wetgeving vastlegt voor het continu meten van uitstoot en het handhaven van de preventie van broeikasgasemissies in de hele toeleveringsketen van biomethaan.
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
In juli reisde Foodrise naar Senegal voor een ontmoeting met onze coalitiepartners Notre Poisson en bezocht Dakar, Joal Fadiout, Mbour en Popenguine om daar mensen te ontmoeten die te lijden hebben onder de vismeel- en visolie-industrie.
Net als in Gambia hebben de gemeenschappen in Joal Fadiout, Mbour en Popenguine te kampen met het verminderd aantal vissen en een verslechtering van de economie rondom voedsel uit de zee. “5 jaar geleden kochten we een krat voor 2000CFA, terwijl we nu te maken hebben met prijzen van meer dan 25000CFA” zegt de vertegenwoordiger van de vakbond van ‘economische belangengroepen’ – in Senegal vechten vrouwelijke visverwerkers nog steeds voor de wettelijke erkenning van hun beroep – in Joal Fadiout. De bron van het probleem is drieledig: de gevolgen van klimaatverandering, de industriële visserij en overbevissing, en vismeel- en visoliefabrieken (FMFO).
Door de prijsstijging kunnen kleinschalige ondernemers niet concurreren met ondernemers met meer geld, met name de lokale vismeel- en visoliefabrieken. Veel vrouwelijke verwerkers – banen zijn sterk gendergebonden in deze sector, waarbij mannen als vissers de zee op gaan en vrouwen de vangst verwerken en verkopen – worden zo beroofd van hun bron van inkomsten. Dat is niet het enige gevolg: vis is een belangrijk onderdeel van het dieet van mensen en vooral van kinderen. Zonder deze belangrijke bron van voedingsstoffen zijn veel kinderen afgegleden naar of bedreigd door voedselonzekerheid en de gevolgen daarvan.
Nu de zee leger en leger raakt gaan lokale economieën kapot. Mensen worden gedwongen hun beroep op te geven, maar alternatieven zijn er weinig. Leningen zijn onbetaalbaar of niet mogelijk. Ook verschuift de voorkeur van klanten van lokale vis naar goedkopere opties zoals geïmporteerde kip en melkpoeder uit de EU. Vissers die nu moeite de eindjes aan elkaar te knopen gaan over op het vangen van jonge vis met netten met kleinere mazen. Dat is een illegale vispraktijk die de vispopulaties verder dreigt uit te putten. Daarom weigeren lokale vismarkten deze jonge vis. Fabrieken van vismeel en visolie doen dat echter nog wel – en komen er mee weg. “Door dit te doen schieten ze [de vissers en jongens] zichzelf in de voet”, zegt een visverwerker in Popenguine, een activist die samenwerkt met Greenpeace.

Steeds meer mensen worden gedwongen om te emigreren op zoek naar werk en een inkomen elders, waarbij ze hun huis en familie achterlaten. Toen we de visverwerkingslocatie van Joal Fadiout bezochten, kregen we te horen dat de vrouwen en hun families wachtten op nieuws over familieleden die de oversteek naar Europa hadden gewaagd, maar al 11 dagen niets hadden gehoord. “Ze willen onze vis, maar ze lijken ons niet te willen” zegt een vertegenwoordiger van de vissers.
Mensen doen wat ze kunnen en passen nieuwe apparatuur en marketingstrategieën toe. In Mballing, een district in Mbour, verkopen vrouwelijke verwerkers nu gedroogde, gezouten en gerookte vis en weekdieren die worden verwerkt in nieuwe droogrekken en ovens. Ze investeren in nieuwe verpakkingen om de producten aantrekkelijker te maken op de markt. De mensen in Mbour zijn van oudsher trotse vissers en zouden hun bron van inkomsten én deel van hun identiteit niet zomaar opgeven. Ze vechten voor hun rechten als ambachtelijke vissers en verwerkers, en hun rechten als mensen.

En dat doen wij ook. Wij vechten door te pleiten voor het beëindigen van overbevissing en het gebruik van hele, voedzame vissen in de productie van vismeel en visolie in West-Afrika en Europa.
Dit werk wordt mogelijk gemaakt door de steun van Oceans 5, een gesponsord project van Rockefeller Philanthropy Advisors.
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
Hoewel ze pronken met hun inspanningen voor het klimaat komen supermarkten nog niet genoeg in actie om de verkoop van vlees en zuivel te verminderen. Slechts één supermarkt laat zien dat bijna de helft van deze uitstoot veroorzaakt wordt door de verkoop van dierlijke producten. Dit is precies het gebied waar de meeste (klimaat)winst te behalen valt, maar alle supermarkten blijven stunten met vlees in de aanbieding.
Na Albert Heijn en Lidl heeft inmiddels ook Jumbo de totale uitstoot gerapporteerd. Hiermee wordt duidelijk dat tussen de 94 en 97% van de uitstoot wordt veroorzaakt in de keten. In 2021 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgassen in de keten van Albert Heijn maar liefst 14,4 megaton, waarvan 97% toe te schrijven is aan ingekochte producten. 48% van deze uitstoot (7 megaton CO2eq.) komt voort uit de verkoop van dierlijke producten zoals vlees, vis, zuivel en eieren. Dit komt overeen met 4% van de totale Nederlandse uitstoot in 2021. Albert Heijn heeft eind 2022 een ambitieus klimaatdoel gesteld om in 2030 45% minder broeikasgassen uit te stoten vergeleken met 2020. Een snelle manier voor marktleider AH om dit te bereiken is om minder vlees en zuivel in de schappen te leggen.
Opvallend genoeg richten supermarkten hun communicatie over duurzaamheid voornamelijk op de kleine percentages uitstoot die veroorzaakt worden in de zogenaamde scope 1 en 2. Ze pronken met kreten als ’klimaat-neutrale bedrijfsvoering in 2030’ en laten trots hun energiezuinige distributiecentra zien op hun websites. Ze willen graag complimenten ontvangen voor bonnetjes van gerecycled papier. Maar waar ze niet graag de schijnwerpers op richten, is het feit dat van alle producten die ze aanbieden, vlees en zuivel de meeste uitstoot veroorzaken.
Het recente rapport van de klimaatorganisatie Foodrise EU onthult hoe supermarkten zich bedienen van greenlighting en greenshifting, dezelfde greenwashing-tactieken die ook door de fossiele industrie worden gebruikt. Greenlighting is wanneer bedrijven zichzelf presenteren als ‘groen’ door de nadruk te leggen op kleine stappen richting duurzaamheid. Een typisch voorbeeld hiervan is het bejubelen van een pond gehakt dat verpakt is in minder plastic. Hoewel dit een kleine verbetering is, leidt het af van het feit dat de productie van vlees een veel grotere klimaatimpact heeft.
Daarnaast schuiven supermarkten de schuld en verantwoordelijkheid graag af op de consument, een tactiek genaamd greenshifting. Ze voeden het bestaande narratief dat de klant koning(in) is en bepaalt wat er in de schappen ligt. Dit wordt versterkt door de roep van overheden om betere labels en voedseleducatie. Echter, de invloed die supermarkten hebben op de voedselomgeving wordt sterk onderschat. Wat er in de schappen ligt, wat er in de folders staat en welke producten in de aanbieding zijn, beïnvloedt grotendeels het koopgedrag van klanten. Bovendien zorgen supermarkten met kwantumkorting voor overconsumptie en verspilling. Daarom is het van cruciaal belang dat supermarkten een grote rol op zich nemen om klanten te helpen duurzaam, gezond en meer plantaardig te eten.
Hoewel veel supermarkten beweren klanten te helpen door zich te richten op alternatieven voor vlees en zuivel, leidt het simpelweg toevoegen van meer vervangers niet automatisch tot een afname in de verkoop van vlees en zuivel. Bovendien is het essentieel om niet alleen de CO2e-uitstoot per product of kilo te verminderen, maar ook de absolute hoeveelheid CO2e. Helaas richten supermarkten en grote bedrijven zoals Friesland Campina en VION zich voornamelijk op het verminderen van de CO2e-uitstoot per eenheid product. Maar een vermindering van de CO2e-uitstoot per liter melk of kilo varkensvlees betekent niet automatisch dat er in absolute zin minder uitstoot is, omdat dit afhankelijk is van de totale melk -en vleesproductie.
Frank Mechielsen, directeur Foodrise EU: “Het is hoog tijd dat supermarkten hun greenwashing-tactieken opgeven en daadwerkelijk verantwoordelijkheid nemen voor hun klimaatimpact. Ze moeten stoppen met het afwenden van de aandacht en zich richten op de grootste bron van uitstoot: de producten die ze verkopen en met name de verkoop van vlees en zuivel verminderen. Supermarkten hebben de macht en invloed om klanten te helpen bij het maken van duurzamere keuzes, zodat ze een positieve impact op het klimaat krijgen. De tijd om woorden om te zetten in daden is nu.”
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
De brievenbus van Adema zat deze maand goed vol. Niet alleen kreeg hij van een groep organisaties het plan BoerenPerspectief overhandigd, ook kreeg hij via de Transitie Coalitie Voedsel te horen wat onze aanbevelingen zijn voor het voedselbeleid. Een brandbrief van een brede coalitie van 60 organisaties aan het eind van april was ook niet te voorkomen met het langdurige proces omtrent het Landbouwakkoord.
Wat is er aan de hand? Laten we het allemaal even langsgaan.
Boeren horen dat ze moeten veranderen. De veestapel moet kleiner, bloemenstroken aanleggen en minder mest uitrijden. Er zijn echter nog grote vragen over wie dat moet doen en voor wanneer. Uit alle omgekeerde vlaggen en de verkiezingsuitslag van de Provinciale Staten moge duidelijk zijn dat er weinig draagvlak is. Dat maakt het schrijven van een landbouwakkoord een hele klus. Een landbouwakkoord moet “duidelijkheid, zekerheid en rust” geven hoe de sector kan bijdragen aan de kwaliteit van natuur, water en klimaat. Tot nu toe is het allesbehalve dat. Waar wij en de rest van de coalitie bang voor zijn is dat het landbouwakkoord dit ook niet zal brengen als het alleen gericht zal zijn op Nederland. De landbouwsector in Nederland is onderdeel van een gigantisch voedselsysteem en erkenning en hierna handelen is essentieel:
“Daarom roepen we het kabinet op om de landbouw vanuit een systeemperspectief te bekijken en te hervormen. In een sterk geglobaliseerde wereld betekent dit: ook de Nederlandse rol als handelaar in en consument van voedsel- en landbouwproducten kritisch onder de loep nemen en het beslag dat Nederland legt op natuurlijke hulpbronnen elders in de wereld, verkleinen.”
Een voorbeeld van hoe dat in een nationaal landbouwakkoord geïntegreerd kan worden is door “te benadrukken dat Nederland ook buiten zijn grenzen de transitie naar een duurzaam en eerlijk voedselsysteem kan versnellen.”
Samen met 60 andere organisaties doen we aanbevelingen aan minister Adema en minister Schreinemacher om dit voor elkaar te krijgen.
Hopelijk worden deze in het Landbouwakkoord verwerkt en dan gepubliceerd, zodat we eindelijk de voedselbrief kunnen lezen die minister Adema naar de Tweede Kamer wil sturen. Dit wil hij namelijk pas na het landbouwakkoord doen. Als dat niet een gebrek aan systeembenadering ademt: voedsel en landbouw niet in één akkoord?!
Samen met de Transitiecoalitie Voedsel schreven wij een brief met aanbevelingen voor het voedselbeleid. We willen de eiwittransitie namelijk versnellen binnen een integraal voedsel- en gezondheidsbeleid waarin duurzaamheid, klimaat, gezondheid, landbouw en voedsel samenkomen. Zo willen we bijvoorbeeld dat stapelkortingen en stunten met vlees en zuivel verboden moet worden – dat is namelijk niet goed voor de boer en het klimaat. Alle supermarkten hebben we dan ook flinke strafpunten voor gegeven tijdens de Minder Vlees Race in oktober.
Terwijl er druk gediscussieerd wordt in Nederland is er ook op EU niveau veel aan de hand. Dit jaar wordt namelijk het duurzaam voedselsysteem raamwerk (SFS law) opgesteld. Foodrise EU heeft samen met Europese netwerk Food Policy Coalition aanbevelingen uitgebracht om het Europese voedselsysteem meer transparant, inclusief, democratisch, eerlijk en duurzaam te maken.
Als laatste, het plan BoerenPerspectief van Wijland, De Plaatsen, BoerenNatuur en Transitiecoalitie Voedsel is een visiedocument dat een plan beschrijft met een keukentafel en netwerkstructuren als manier voor boeren om ingewikkelde keuzes te maken met begeleiding en inspiratie. Het sluit aan bij een project waar we als Foodrise EU mee bezig zijn waarbij we in gesprek gaan met boeren over het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de verdeling van kosten en baten in de keten. Stay tuned!
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
Op 15 maart overhandigde een delegatie van de Haagse Voedselraad (HVR) een ‘Eerste aanzet tot een Integrale Voedselvisie voor Den Haag en omstreken’ (in English) aan wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en klimaatadaptatie Arjen Kapteijns. Coördinator HVR Frank Mechielsen: ‘Met deze eerste aanzet delen wij met de wethouder onze inzichten over hoe een slagvaardige voedselvisie voor onze stad en ommelanden eruit zou kunnen komen te zien. Tevens roepen we het College bij monde van de wethouder op om samen met de HVR en alle andere belanghebbenden het formuleren van een actuele en doeltreffende voedselvisie te versnellen.’
“Onze inzet is dat een integraal voedselbeleid een prominente plek krijgt binnen de gemeente, omdat dit direct raakt aan veel grote opgaven waarvoor de gemeente zich gesteld ziet”, vertelt Frank Mechielsen. “De huidige voedselketen heeft een bijzonder grote impact op natuur en milieu, en op onze gezondheid. Daarnaast gaat het onder meer om het bieden van een toekomstperspectief aan boeren rond de stad en het genereren van banen in een meer circulaire, natuur-inclusieve landbouw, en uiteindelijk ook het kunnen vlottrekken van de woningbouw. Lokaal en regionaal liggen er tal van kansen om daaraan bij te dragen; kansen die de gemeente kan benutten. In ons discussiepaper doen wij concrete voorstellen hoe een integrale voedselvisie handen en voeten te geven. In onze stad zijn nu al talrijke initiatieven te vinden waarvan we kunnen leren en waarop we kunnen voortbouwen.”
Daarbij onderscheidt de HVR vier dragende thema’s; Participatie en democratie, Gezonde voedselomgeving, Duurzame voedselproductie en korte ketens, en Circulaire economie en innovatief ondernemerschap. Per thema stelt de HVR concrete aanbevelingen voor, waaronder het stimuleren van groene buurthuizen, tegengaan van voedselverspilling, ontwikkelen van gezonde bodems, meer zeggenschap voor bewoners bij lokale inrichting, maar ook aanpak van overvloed aan fastfood, geven van het goede voorbeeld bij inkoop catering binnen overheidsinstellingen, etc..
“Waar de overheid de burger kan verleiden, moet je als overheid verleiden. Waar de overheid kan dwingen, moet de overheid gewoon dwingen. Maak een duurzaam eetpatroon gewoon logisch”, aldus Marianne Edixhoven, oprichter van het groene buurthuis StadsOase Spinozahof en lid van de HVR. In de stadoase Spinozahof verbouwen buurtbewoners gezamenlijk voedsel, houdt Lekkernassûh een van haar wekelijkse markten, en hebben deelnemers een gemeenschap opgebouwd die integratie, zelfredzaamheid en saamhorigheid bevordert. De deelnemers ervaren aantoonbaar minder eenzaamheid. Marianne Edixhoven: “Het College zou zich kunnen inzetten meer van dit soort buurtinitiatieven te stimuleren.”
De overhandiging van de discussiepaper vond plaats bij De Participatie Keuken in Moerwijk in aanwezigheid van naast bovengenoemden ook Miriam Offermans (lid HVR) en Ben Lachhab (oprichter De Participatie Keuken en lid van de HVR). Ben Lachhab: “We praten over armoede en slechte levensstijl, maar vergeten soms dat het om overleven gaat. Wat nodig is, is om mensen moreel te ondersteunen en sterk te maken zodat ze bewuste voedselkeuzes kunnen maken.”
De Haagse Voedselraad zet zich, net als de andere Voedselraden in binnen- en buitenland, dagelijks in om een gezond en duurzaam voedselbeleid tot het nieuwe normaal te maken. In buurlanden zoals Duitsland (met meer dan 70 voedselraden) zijn voedselraden al geworteld waarin burgers volop participeren in wat letterlijk hun directe en eigen (voedsel)leefomgeving is. Daarmee groeit het ‘burgerbewustzijn’ idem dito.
Marinke van Riet, chief weaver van Europese beweging Healthy Food Healthy Planet en ambassadeur van de HVR: “De Haagse Voedselraad zoekt bewust de verbinding met de burgers en voedselinitiatieven in de stad. En zet hiermee een duidelijke beweging in van machteloze consument naar krachtige voedselburger; wat Healthy Food Healthy Planet ook nastreeft op Europees niveau. De al jaren groeiende en intrinsiek gedreven beweging van inwoners en lokale ondernemers om te streven naar een duurzamer, gezonder en meer sociaal verantwoord voedselsysteem zou een enorme boost krijgen indien ook de gemeente hierin de rol gaat spelen die past bij haar omvang en verantwoordelijkheid. Dit vraagt om een stevige verankering van een interdisciplinair voedselteam in de gemeentelijke organisatie.”
Foodrise EU ondersteunt de Haagse Voedselraad en is lid van de Vereniging Ons Eten. Foodrise ondersteunt lokale gemeenschappen in Engeland met sociaal ondernemerschap, educatie en beleid beïnvloeding van gemeentes om te zorgen dat het voedselsysteem gezond, betaalbaar en duurzaam wordt. Foodrise EU verbindt initiatieven in Europa om zo meer invloed te hebben op het beleid in Nederland en de EU.
Zie voor de leden van de Haagse Voedselraad: https://ons-eten.nl/project/8670/voedselraad-den-haag
De Haagse Voedselraad is een initiatief van de vereniging Ons Eten Den Haag en is opgericht als onafhankelijke spreekbuis van bewoners, initiatieven en ondernemers uit Den Haag over gezond, eerlijk en duurzaam voedsel. De kern van de Voedselraad wordt gevormd door ongeveer vijfentwintig experts op het gebied van voedsel, voedselsystemen, natuur, duurzame economie, educatie, gezondheidszorg en stedelijke ontwikkeling. Allen zijn diepgeworteld in de stad en adviseren met hun kennis over verschillende delen van het voedselsysteem het gemeentebestuur gevraagd en ongevraagd bij het opzetten van een gezond en duurzaam voedselbeleid.
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
Uit nieuw onderzoek dat vandaag is gepubliceerd, blijkt dat Rabobank tussen 2015-21 miljarden dollars aan financiering heeft verstrekt aan 18 industriële veehouderijbedrijven met de grootste broeikasgasuitstoot, ondanks het feit dat zij zich hebben gecommitteerd aan de doelstellingen van het Akkoord van Parijs, het Nederlandse Klimaatakkoord en de doelstellingen over duurzame landbouw en bossen.[i]
Een groep organisaties, waaronder Foodrise EU, Foodrise, World Animal Protection en BankTrack hebben de Rabobank opgeroepen dringend te stoppen met het financieren van grote veebedrijven. In een gezamenlijke brief aan de CEO van de bank benadrukt de groep dat het continueren van de financiering van grootschalige vlees en zuivel productie de reputatie en de activiteiten van de Rabobank zal schaden, inclusief het risico van inkomstenverlies en gestrande activa.
Uit het onderzoek blijkt dat de Rabobank tussen 2015 en 2021 uitgebreide financiële diensten heeft verleend aan vijf van ‘s werelds grootste industriële veehouderijbedrijven – JBS, Marfrig, Tyson Foods, Dairy Farmers of America en Fonterra, waaronder 1,941 miljard dollar aan bedrijfsleningen, het overnemen van 1,221 miljard dollar aan obligatieleningen en het verstrekken van doorlopende kredietfaciliteiten. Deze ‘Big 5’ genereerden naar schatting 550,8 miljoen ton broeikasgassen (GWP100) in 2021[ii], samen bijna evenveel als de totale uitstoot van Nederland en het Verenigd Koninkrijk samen.[iii]
De Rabobank verleende ook financiële diensten aan Royal Friesland Campina en Vion Food Group. In 2016 stootten deze twee bedrijven samen naar schatting 58 miljoen ton broeikasgassen uit[iv].
De vleesproductie is tussen 1961 en 2015 verviervoudigd.[v] Aangezien de wereldwijde vlees- en zuivelindustrie naar verwachting bijna de helft van het emissiebudget van 1,5°C zal opgebruiken tegen 2030 [vi], zal een transitie weg van de industriële veeteelt noodzakelijk zijn om verergering van de klimaatcrisis te voorkomen. Dit vereist dat banken en investeerders resoluut actie ondernemen om de financiële steun aan de sector de komende jaren af te bouwen.
In 2021 kondigde het vorige kabinet een plan van 25 miljard euro aan om de veestapel tegen 2030 met 30% te verminderen om aan de Europese natuurwetgeving te voldoen. In oktober 2022 werd een motie aangenomen die financiële instellingen verplicht kredietrisico’s als gevolg van gestrande activa te beheren, wat betekent dat zij verplicht zijn verliezen als gevolg van dit soort kredietrisico’s zelf te dragen. Als de Nederlandse regering de motie zou aannemen en specifiek beleid zou ontwikkelen, zou de Rabobank een aanzienlijk deel van haar kredietportefeuille moeten afschrijven. Dit onderstreept de aanzienlijke regelgevingsrisico’s die de Rabobank loopt door industriële veehouderijen te blijven financieren.
Frank Mechielsen, directeur van Foodrise EU: “Industriële vleesbedrijven zoals JBS veroorzaken veel uitstoot en zijn verantwoordelijk voor ontbossing, mensenrechtenschendingen, pandemische risico’s en dierenmishandeling. Gericht op louter winst zullen deze bedrijven alleen maar steeds grotere hoeveelheden goedkoop vlees en zuivel produceren om de winsten van hun kernactiviteiten te behouden. Het is onaanvaardbaar dat financiële instellingen zoals de Rabobank de eindeloze uitbreiding van deze vervuilende industrie blijven faciliteren ten koste van het klimaat. Beleidsmakers moeten alle beschikbare instrumenten inzetten voor een rechtvaardige overgang naar een verminderde vlees- en zuivelproductie en -consumptie, waaronder openbare aanbestedingen, het ombuigen van subsidies en het reguleren van industriële veehouderijbedrijven en hun financiers”
Dirk-Jan Verdonk, directeur World Animal Protection: “Dat de mondiale vee-industrie massaal dierenleed veroorzaakt, kostbare natuur verwoest en een grote bijdrage levert aan de opwarming van de aarde weet Rabobank al heel lang. De bank heeft bovendien een grote historische verantwoordelijkheid. Tot dusverre laten de stappen die de bank zet veel te wensen over, terwijl de urgentie met de dag toeneemt. Als het Rabobank ernst is te streven naar een duurzaam voedselsysteem, past het niet te blijven investeren in bedrijven zoals JBS die de benodigde transitie tegenhouden.”
Professor Hans Pörtner, wetenschapper en medevoorzitter van de Intergovernmental Panel on Climate Change sprak vorig jaar het Europese Parlement toe en zei: “Zonder het verminderen van vlees consumptie en de bijbehorende intensieve landbouw/voedselsystemen kunnen we de opwarming van de aarde niet beperken tot 1,5 graad. Dat is heel duidelijk.”[vii]
[i] Rabobank, ´Our Road to Paris Report´, November 17, 2022 2022https://www.rabobank.com/en/press/search/2022/20221117-rabobank-presenteert-klimaatrapport.html
[ii] IATP and Changing Markets Foundation, “Emissions Impossible: Methane Edition” (The Institute for Agriculture and Trade Policy (IATP) and the Changing Markets Foundation, November 15, 2022), https://www.iatp.org/emissions-impossible-methane-edition.
[iii] Hannah Ritchie, Max Roser, and Pablo Rosado, “CO₂ and Greenhouse Gas Emissions,” Our World in Data, May 11, 2020, https://ourworldindata.org/greenhouse-gas-emissions.
[iv] GRAIN and IATP, “Emissions Impossible: How Big Meat and Dairy Are Heating up the Planet” (GRAIN and the Institute for Agriculture and Trade Policy, 2018), https://www.iatp.org/emissions-impossible.
[v] IPES-Food, 2022. The politics of protein: examining claims about livestock, fish, ‘alternative proteins’ and sustainability. https://www.ipes-food.org/_img/upload/files/PoliticsOfProtein.pdf (2022).
[vi] Harwatt, H. (2019) ‘Including animal to plant protein shifts in climate change mitigation policy: a proposed three-step strategy’, Climate Policy. Taylor & Francis, 19(5), pp. 533–541. doi: 10.1080/14693062.2018.1528965. https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/14693062.2018.1528965
[vii] Elena Sánchez Nicolás and Carolin Sprick, “Dismay over EU Plans to Keep Paying to Promote Meat,” EUobserver, May 29, 2022, https://euobserver.com/green-economy/155052.
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
Nog druk bezig met recepten zoeken of zijn de kerstboodschappen al besteld? Grote kans dat je geïnspireerd bent geraakt door de tijdschriften van supermarkten, de feestelijke menu’s van restaurants en de zoekresultaten “zalige zalm voor kerst” en “7x zalm op het kerstmenu”. Een toastje tijdens de borrel, een gevulde tortilla als voorgerecht of zalm uit de oven om iedereen te verrassen met je kookkunsten?
De mogelijkheden zijn eindeloos, maar dat lijkt ook te gelden voor de gevolgen van het produceren van zalm. Het klinkt altijd zo gezond en duurzaam, maar dat is het vaak niet. In plaats van 7 recepten delen wij 7 inzichten die Foodrise opdeed tijdens hun onderzoek naar gekweekte vis en ons bezoek aan Senegal waar we spraken met onze partners over de visvoerindustrie aan de westkust van Afrika. Wil je meer dan alleen deze zeven punten? Lees onze terugblik op ons bezoek in het Engels.
Dit lees je niet op de verpakkingen in de supermarkt en wordt je al helemaal niet verteld door de ober. Dat moet anders.
Sinds 2018 heeft Foodrise onderzoek gedaan en bewijs verzameld over de schadelijke socio-ecologische gevolgen van gekweekte vis en de productie van vismeel en olie. Het streven naar (voedsel)rechtvaardigheid is de reden geweest om campagne te voeren op dit onderwerp, tot nu toe vooral in Europa. In samenwerking met partners uit Groot-Brittannië en West-Afrika zullen we het werk van Foodrise de aankomende drie jaar gebruiken voor onze viscampagne “Notre Poisson” om zo veranderingen in wetgeving en beleid te bewerkstelligen. We hopen politici en beleidsmakers te beïnvloeden en mensen vertellen over de gevolgen van gekweekte vis in West-Afrikaanse gemeenschappen en landen.
En jij? Heb jij nog tijd om kritisch te zijn op het boodschappenlijstje of is de koelkast al gevuld? Wie weet kunnen deze zeven inzichten helpen om het gesprek te starten of probeer eens een vegetarische kerst zonder vlees of vis. Mocht je toch vis op tafel wilt zetten, kies dan lokale vis en schelpdieren zoals mosselen, oesters, Noordzeekrab, haring, makreel of wijting of bijvangstvis zoals grauwe poon of schar!
Credits of featured image: Mustapha Manneh, West African editor, China Dialogue
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
Afgelopen jaar heeft Albert Heijn, als onderdeel van Ahold Delhaize, een ambitie opgesteld om 15% van de uitstoot in de keten te verminderen in vergelijking met 2018. Dat is te weinig om ook maar in de buurt te komen van een maximale verwarming van onze aarde met 1,5 graad Celsius. Gelukkig realiseerde de supermarkt zich dat ook, daarom hebben zij dinsdag, 15 november, hun ambitie bijgesteld. Zij hopen nu de uitstoot in de keten te verminderen met 45%.
In de Klimaat & Vlees Supermarkt Scorecard die afgelopen oktober werd gepubliceerd worden de volle punten toegekend aan supermarkten als zij een ambitie hebben om 50% van hun scope-3 uitstoot verminderd te hebben in 2030, in vergelijking met 2020 of eerder. 45% is niet gelijk aan 50%, maar het is stukken beter dan 15%. De vraag is alleen hoe ze dat gaan doen. Ze doen een paar voorstellen:
Ze zetten in op verduurzaming van het veevoer, circulair en ontbossingsvrij. Omdat veevoer inderdaad een groot aandeel heeft in de problematiek van de industriële veehouderij is het goed om hier op in te zetten. Waar echter niet op ingegaan wordt is het aantal koeien, varkens en kippen. Minder dieren vragen om minder voer, en dat land wat dan niet gebruikt wordt voor voer kan dan gebruikt worden voor natuur of het verbouwen van eten direct voor mensen bestemd.
“Albert Heijn helpt daarom klanten met de beweging om 60% van de geconsumeerde eiwitten uit plantaardige bronnen te halen vanaf 2030. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een breed vega(n) en plantaardig assortiment, de klant bewust te maken van de positieve impact van minder vlees, inspiratie te geven voor vega(n) recepten, de online vega-swap en een betaalbaar assortiment van vega(n) Prijsfavorieten. En ook is het vleesvervangers assortiment al verdubbeld naar ruim 300 producten” – Albert Heijn
De eiwittransitie speelt een belangrijke rol in de transformatie van ons voedselsysteem en het verminderen van onze klimaatuitstoot. Echter, meer plantaardig eten betekent helaas nog niet minder dierlijk eten. Welke maatregelen zet Albert Heijn in om klanten niet alleen meer vega burgers te laten eten, maar ook om hamburgers te laten liggen? Onze Klimaat & Vlees Supermarkt Scorecard laat zien dat supermarkten veel kunnen doen in de voedselomgeving om dit voor elkaar te krijgen. Als ze echt willen inzetten op minder uitstoot kan folders zonder vleesaanbiedingen enorm helpen.
Albert Heijn heeft ook de doelstelling om 50% minder te verspillen in 2030, om zo bij te dragen aan het verminderen van de CO2-voetafdruk. Voedselverspilling is verantwoordelijk voor ruim een derde van de uitstoot binnen het voedselsysteem. Het is onduidelijk of deze doelstelling ook voor de keten geldt. Een groot gedeelte van eten wordt namelijk verspild vóór het in de supermarkt komt, omdat supermarkten het niet willen verkopen. De typische voorbeelden zijn natuurlijk kromme komkommers en kleine paprika’s, maar ook wanneer een vogelgriep door het land gaat en kippen worden geruimd is dat zonde. Nog een voorbeeld? Soms eten klanten ineens minder wortelen dan gedacht. Supermarkten reageren hierop door de boer te vertellen dat ze toch die kilo’s aan wortelen niet in de winkels willen hebben. Na de zoveelste worteltjestaart heeft de boer er ook wel genoeg van.
We juichen toe dat Albert Heijn verder komt in de Minder Vlees Race, maar scoren doen ze echt wanneer het niet alleen woorden maar ook daden zijn.
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
Als onderdeel van een Europese campagne, waarin wordt gevraagd om de helft minder vlees en zuivel te verkopen, heeft organisatie Foodrise EU een ranking gemaakt op basis van de klimaatvoetafdruk. De Klimaat en Vlees Scorecard, zoals de ranking wordt genoemd, is gebaseerd op een onderzoek in het afgelopen halfjaar, gericht op 34 indicatoren over transparantie, ambitie en actie in relatie tot klimaat en de vlees- en zuivelverkoop. Het onderzoek richtte zich op Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Aldi, Plus en Dirk, die samen bijna 90% marktaandeel hebben. Minder vlees consumeren en produceren is een van de meest effectieve manieren om de klimaatvoetafdruk te verminderen en te voldoen aan de Nederlandse en Europese doelen om 55% minder broeikasgas uit te stoten in 2030.
Frank Mechielsen, directeur van Foodrise EU zegt:
“Supermarkten profiteren van de verkoop van producten die ontbossing stimuleren en de klimaatcrisis verergeren. Ongeveer een kwart van hun omzet komt uit de verkoop van vlees- en zuivelproducten, terwijl die producten ruim een derde van hun totale uitstoot veroorzaken. Het is hoog tijd dat supermarkten hun klimaatverantwoordelijkheid oppakken en minder vlees en zuivel gaan verkopen.”
De Klimaat en Vlees Supermarkt Scorecard zet telkens twee supermarkten tegenover elkaar. Zo worden de twee grootste supermarkten, Albert Heijn en Jumbo, met elkaar vergelijken, Plus en Dirk vanwege hun gezamenlijke leverancier Superunie, en de twee internationale discounters Lidl en Aldi. De meeste supermarkten scoren nog geen voldoende. Slechts één supermarkt, Albert Heijn, scoort net voldoende met een 5,9. Zij zijn transparant over de klimaatuitstoot veroorzaakt door vlees en zuivel, maar doen dit alleen voor moederbedrijf Ahold Delhaize en niet specifiek voor Nederland. Lidl staat op de tweede plek met een 3,8. Lidl rapporteert als enige de totale broeikasgasuitstoot voor Nederland, maar heeft nog geen specifieke doelstellingen opgenomen om de uitstoot in de productie te verminderen. De andere vier supermarkten scoren zeer laag, tussen de 1,8 en 2,1. Met name Jumbo als een na grootste supermarkt van Nederland, stelt teleur met een 2,1. Jumbo’s jaarlijkse omzet is tenslotte 6 keer zo groot als Dirk, 4 keer zo hoog als Aldi en 2 keer zo hoog als Plus. Alle supermarkten scoren laag op actie en doen te weinig om te klanten te ondersteunen om minder en beter vlees- en zuivel te kopen.
Opvallende bevindingen uit het rapport zijn:
Aankomende zondag is het Wereld Voedsel Dag, een dag waarop FAO en andere organisaties aandacht geven aan voedsel(on)zekerheid in de wereld. Dit jaar staan wereldwijde problemen zoals hoge prijzen en klimaatverandering centraal. Vlees is in de afgelopen maanden duurder geworden in vergelijking met plantaardig eten, omdat er voor de productie van vlees meer grondstoffen zoals soja, mais en tarwe nodig zijn, die in prijs zijn gestegen. Het heeft duidelijk gemaakt dat kostbare voedselbronnen worden gebruikt als veevoer, terwijl met hetzelfde volume meer mensen gevoed kunnen voeden dan het lapje vlees wat eruit voortkomt. Supermarkten kunnen daarom niet alleen klimaatverandering tegengaan door het verkopen van minder vlees en zuivel, maar ook bijdragen aan meer voedselzekerheid wereldwijd.
Voor de meeste mensen zijn supermarkten het belangrijkste verkooppunt voor de dagelijkse boodschappen, waarbij hun keuze vooral bepaald wordt door hun portemonnee, zeker in deze tijden van hoge inflatie en stijgende voedselprijzen. Supermarkten bepalen echter wat er in de schappen ligt, waar reclame voor wordt gemaakt, en waar ze de meeste winst op willen maken. Supermarkten moeten hun macht in de voedselketen inzetten om hun klimaatuitstoot te verminderen.
Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid:
“Een transitie naar een gezonder en duurzamer voedselsysteem is noodzakelijk en urgent. Dat is onder meer een transitie naar een grotendeels op plantaardig voedsel gebaseerd voedingspatroon. Dat houdt in dat productie, transport en consumptie sterk moeten veranderen. Een voedselomgeving waarin de gezonde en duurzame keuze voor de consument de makkelijkste keuze is hoort daarbij. Foodrise draagt daaraan bij.”
Natasha Kooiman, kwartiermaker van de Transitie Coalitie Voedsel, organiseert deze week het Plant de Future diner om de transitie naar minder vlees en meer plantaardig aan verschillende tafels met belangrijke stakeholders te bespreken:
“Supermarkten spelen een belangrijke rol in deze transitie en bepalen een groot deel van de voedselomgeving. Om plantaardig het nieuwe normaal te laten worden is het noodzakelijk dat dit al zichtbaar is in de schappen met minimaal de 50/50 dierlijk/plantaardige eiwitverhouding zoals de overheid nastreeft en passend bij de nationale en Europese klimaatplannen.”
Begin 2023 zal de Klimaat en Vlees Supermarkt Scorecard in Frankrijk en Denemarken worden gepubliceerd door respectievelijk Climate Action Network en Dansk Vegetarisk Forening, en na de zomer zal in het Verenigd Koninkrijk de derde scorecard worden gelanceerd door Foodrise.
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.
Waarom noemen we ons Nederlandse voedselsysteem efficiënt, terwijl we sinds 1950 per calorie geproduceerd voedsel drie keer zoveel fossiele energie zijn gaan gebruiken en twee keer zoveel land wereldwijd?
Waarom zijn de boeren en de belastingbetaler de klos en hoeven de grote bedrijven en banken niet mee te betalen aan de transitie van het huidige vervuilende systeem wat zij hebben aangejaagd?
Waarom maken we minder vlees eten niet de norm, voor een hogere prijs, die direct gaat naar de boeren?
Waarom geven we voedseleducatie geen prioriteit, zodat onze kinderen weten waar boter, kaas en eieren vandaan komen, en ze leren koken met spek en/of bonen?
Waarom slepen we 750.000 kalveren per jaar naar Nederland om vet te mesten, voeren we het kalfsvlees weer naar Italië en laten we de ammoniak achter op de Veluwe? Het gigantische bedrijf VanDrie Group verdient hier jaarlijks 2 miljard euro mee, terwijl de boeren weinig van de winst zien.
Waarom varen we 4 miljard kilo soja uit onder andere de Amazone naar Rotterdam om veevoer van te maken voor onze 4 miljoen koeien, 11 miljoen varkens en 100 miljoen kippen, waarvan we een groot deel exporteren en de mest met stikstof en fosfaat hier dumpen?
Waarom willen wij op dit krappe landje de tweede landbouwexporteur ter wereld blijven, terwijl wij met onze geschiedenis, kennis en kunde de wereldwijde innovator in kringlooplandbouw kunnen zijn?
Waarom blijft Louise Fresco van de WUR zich zo hardnekkig vastklampen aan de gevestigde machten op haar universiteit, terwijl de toekomst van onze planeet toch echt een andere richting aanwijst?
Waarom wordt er niet echt geluisterd naar alle boeren en de verschillende organisaties die hen vertegenwoordigen en alle mogelijke ideeën en oplossingen die zij aanbieden?
Waarom erkent Rutte, na meer dan 10 jaar verantwoordelijkheid voor dit dossier, niet het totale failliet van het beleid van pappen en nathouden van de afgelopen 30 jaar, en stelt hij een deltaplan voor de landbouw op met een boer-burger-expert-raad aan het roer?
Vanuit Foodrise EU willen we antwoorden op deze vragen. Intussen zitten wij niet stil , en werken we aan oplossingen samen met andere organisaties in Nederland en Europa. Wij laten zien dat het voedselsysteem wél rechtvaardig en wél duurzaam kan zijn. We vragen supermarkten om eerlijk te zijn over hun uitstoot, klanten te helpen minder vlees en zuivel te laten eten, en hun klimaatverantwoordelijkheid te nemen. We leggen de macht die vlees- en zuivelbedrijven hebben bloot, waarmee ze beleid beïnvloeden, maar ook hun slimme tactieken om ons te doen denken dat ze goed bezig zijn. Tenslotte willen we de oneerlijke handelspraktijken veranderen van supermarkten en andere voedselbedrijven waardoor boeren vaak de helft van de productie op hun veld of in hun stal niet kunnen verkopen, en daardoor noodgedwongen bijdragen aan de voedselverspilling.
We would love to hear from you!
Share on social media
Stay up to date with our latest work.